Huilen is menselijk - De Psychologie van tranen - Ad Vingerhoets en Ad BergsmaHet boek
Auteur : Ad Vingerhoets en Ad Bergsma
Uitgever : Standaard Uitgeverij - Het Spectrum (2003)Categorie : geen
Het fenomeen huilen is uniek voor mensen. Iemand kan in huilen uitbarsten als het hem te veel is en als teken van onmacht. Tranen kunnen meer impact hebben dan duizend woorden. Huilen begrijpen we intuïtief, maar het is moeilijk om een sluitende verklaring te vinden voor het vloeien van het overvloedige oogvocht. Is huilen misschien een middel om medelijden op te wekken? Maar waarom huilen volwassenen dan het meest als ze alleen zijn? Of is huilen vooral een middel dat mensen helpt bij het verwerken van moeilijke gebeurtenissen? En als echte mannen niet huilen, waarom accepteren we de tranen van een president van de Verenigde Staten van Amerika dan als een teken van kracht? Deze en andere vragen komen aan bod in een boek, dat de nieuwste wetenschappelijke inzichten omtrent huilen op een rij zet. “Huilen is menselijk” werd geschreven door Ad Vingerhoets en Ad Bergsma. Ad Vingerhoets is hoogleraar klinische gezondheidspsychologie aan de universiteit van Tilburg en een internationaal vermaarde onderzoeker op het gebied van huilen. Ad Bergsma is psycholoog en wetenschapsjournalist. Ad Bergsma schreef een tiental boeken. Momenteel werkt Bergsma voor de wetenschapspagina van het Algemeen Dagblad en daarvoor was hij medewerker van Psychologie Magazine. Score van dit boekgemiddelde score : 5/10 Heb jij dit boek al gelezen? Geef het dan snel een score, zodat we jouw aanraders kunnen berekenen! Dit boek bevindt zich bij
Een heel goed, verantwoord boek die het hulen bespreekt vanuit de drie standpunten: biologisch, sociale-culturele invloed en de cognitieve processen. Door deze drie standpuntenis het geen pseudo-wetenschapelijk boekje zoals je vaak vindt. De reden waarom ik het dan ruil is, ik heb het dubbel.
|
|
Dit is niet echt een recensie, maar een artikel over dit interessante boek, te vinden op: http://www.nbmf.nl/dec2003/NTBM2003dechuilen.html Huilen: goed voor de gezondheid of niet? Michelle Hendriks en Ad Vingerhoets In de populaire literatuur wordt vaak gesteld dat huilen gezond is of dat we ons tenminste opgelucht en beter voelen na een huilbui. Ook wetenschappers en clinici beweren dat huilen helpt om emotioneel en lichamelijk weer in evenwicht te raken. Mensen gaan huilen wanneer ze zeer emotioneel zijn om zo de verstoorde fysiologische en psychologische balans te herstellen. Huilen zou een toestand van relatieve rust bewerkstelligen en op de langere termijn zou het zorgen voor een betere gezondheid. Huilen is een uniek menselijke uiting van emoties. Terwijl geen enkele andere diersoort over het vermogen lijkt te beschikken om tranen te laten vloeien, huilen mannen en vrouwen van over de hele wereld. Vraag je mensen om welke redenen zij huilen, dan worden negatieve gebeurtenissen zoals de dood van een geliefde en het verbreken van een relatie vaak genoemd, maar ook bij trouwerijen en reünies wordt naar zeggen veel gehuild1. Al deze gebeurtenissen komen echter relatief weinig voor. Vraag je mensen naar hun laatste huilbui, dan ziet het beeld er anders uit. Ruzies, afgewezen worden en iets niet kunnen, worden vaak genoemd als reden om te huilen. Daarnaast blijkt dat vrouwen vaker, langer en intensiever huilen dan mannen. De doorsnee Nederlandse vrouw huilt gemiddeld twee keer per maand, terwijl de doorsnee man gemiddeld slechts één keer in de twee maanden huilt. Zoals gezegd is een veelgemaakte veronderstelling dat huilen goed is voor de gezondheid. Om deze veronderstelling te kunnen bevestigen moet er bewijs gevonden worden voor tenminste één van de volgende vier stellingen2: (1) op korte termijn verbetert huilen iemands stemming en/of bespoedigt het herstel van het fysiologisch functioneren; (2) patiënten, met name die met psychosomatische aandoeningen, huilen minder vaak dan gezonde personen; (3) mensen die relatief vaak huilen voelen zich in het algemeen beter en hebben een betere gezondheid dan mensen die zelden huilen; en/of (4) huilen heeft alleen positieve gevolgen indien iemand is blootgesteld aan stress, wat betekent dat huilen fungeert als een moderatorvariabele. Om de eerste stelling te toetsen werd in een aantal onderzoeken aan vrijwilligers een droevige film vertoond en werd hun stemming en fysiologisch functioneren gemeten (voor een overzicht zie Cornelius3). In alle gevallen bleken de personen zich verdrietiger en slechter te voelen na een huilbui. Wanneer echter aan personen wordt gevraagd om zich hun laatste huilbui in het dagelijks leven te herinneren, zegt ongeveer de helft van de mensen dat ze zich beter voelden na een huilbui4. Veertig procent vond dat er geen verandering was en slechts tien procent voelde zich slechter na de huilbui. De resultaten van de lichamelijke effecten van huilen leverden het volgende beeld op: ongeveer 17% voelde zich slechter en 28% beter. Voor 54% was er geen effect merkbaar. De effecten van huilen op iemands stemming lijken af te hangen van de gehanteerde onderzoeksopzet. Eén idee is dat huilen alleen een positief effect op de stemming heeft wanneer er met huilen iets bereikt wordt. Mensen doen aardiger tegen een huilende persoon, hij/zij hoeft dat rotklusje niet meer op te knappen, etc. In een groot onderzoek over huilen werd er inderdaad steun gevonden voor deze opvatting3. Personen voelden zich vooral beter als met het huilen een positieve verandering in de situatie en/of de relatie met anderen werd bereikt. Huilen op zich (zoals in de filmonderzoeken) zou dan slechts beperkte effecten hebben op hoe men zich voelt. Daarnaast zou het kunnen zijn dat huilen wel een onmiddellijk effect heeft op het fysiologisch functioneren, maar dat het een tijdje duurt voordat de persoon dit zelf merkt en zegt zich beter te voelen. Ten slotte moet er rekening mee gehouden worden dat emoties over het algemeen slecht worden herinnerd en gerapporteerd, wat met name in de retrospectieve studies van belang kan zijn geweest. Juist dan wordt de zelfrapportage mogelijk meer bepaald door de impliciete ideeën van de persoon over huilen dan door wat men feitelijk heeft ervaren. Wat betreft de effecten van huilen op het lichamelijk functioneren bleek uit de filmonderzoeken dat een verhoogde hartslag en bloeddruk zich niet sneller herstelden na een huilbui3. Integendeel: er was meestal sprake van een toename van cardiovasculaire activiteit. Recenter filmonderzoek vond echter wel positieve effecten van huilen op het fysiologisch functioneren. In het onderzoek van Rottenberg en anderen5 leidde huilen tot meer activiteit in het parasympathische zenuwstelsel, wat door hen wordt gezien als een aanwijzing dat het lichaam probeert om de verstoorde fysiologische balans te herstellen. Voor de tweede stelling dat patiënten minder vaak huilen dan gezonde personen is weinig bewijs (voor een overzicht zie Vingerhoets en Scheirs2). Terwijl één studie liet zien dat gezonde personen vaker huilen en positiever aankijken tegen huilen dan personen met maagzweren en/of dikke darmontsteking, vond een andere studie dat vrouwen die meer huilen ernstigere lichamelijke ziektes hadden dan vrouwen die relatief minder huilen. Daarnaast vonden sommige studies helemaal geen verschil in huilgedrag tussen gezonde en zieke mensen. Wat betreft de derde stelling vonden Vingerhoets en zijn collega’s6 geen enkele samenhang tussen de zelfgerapporteerde huilgeneigdheid en subjectieve gezondheid, terwijl uit een studie van Hendriks en anderen7 bleek dat een hogere huilfrequentie eerder samengaat met een slechtere in plaats van een betere subjectieve gezondheid. Van belang voor de laatste stelling zijn vier onderzoeken naar de modererende effecten van huilen op de invloed van stressvolle gebeurtenissen8, 9. Uit drie van deze studies bleek dat personen die vaak huilen tijdens stressvolle periodes een slechtere stemming rapporteerden dan mensen die weinig huilen tijdens deze periodes8. De vierde studie vond bij personen die een dierbare hadden verloren geen enkel verband tussen het huilgedrag en het welbevinden op de lange termijn9. Kortom: er is geen bewijs gevonden dat huilen bescherming biedt tegen de negatieve gevolgen van stress. Al met al kan geconcludeerd worden dat empirisch onderzoek weinig steun heeft gevonden voor één van de vier stellingen. De veronderstelling dat huilen zorgt voor een beter welzijn of gezondheid vereist dus grote terughoudendheid. Sterker nog: huilen lijkt eerder slecht te zijn voor iemands gezondheid. Natuurlijk is er ook nog de mogelijkheid dat mensen met een slechte gezondheid meer reden hebben om te huilen. Huilen is mogelijk een manier om sociale steun te mobiliseren en mensen aan te zetten tot het bieden van hulp bij het neutraliseren van een bedreigende situatie. Zo gaven respondenten in een recente studie aan dat ze een huilende persoon meer emotionele steun zouden geven dan een niet-huilende persoon en minder boosheid zouden uiten tegenover een huilende in plaats van een niet-huilende persoon10. Ook al is huilen dus niet meteen goed voor de gezondheid, mensen kunnen er wel hun voordeel mee doen. Referenties 1. Vingerhoets AJJM, Bergsma A. Huilen is menselijk: De psychologie van tranen. Antwerpen: Standaard Uitgeverij; 2003. 2. Vingerhoets AJJM, Scheirs JGM. Crying and health. In: Vingerhoets AJJM, Cornelius RR, editors. Adult crying: A biopsychosocial approach. Hove, United Kingdom: Brunner-Routledge; 2001. p. 227-246. 3. Cornelius RR. Toward a new understanding of weeping and catharsis? In: Vingerhoets AJJM, Van Bussel FJ, Boelhouwer AJW, editors. The (non)expression of emotions in health and disease. Tilburg: Tilburg University Press; 1997. p. 303-321. 4. Becht MC, Vingerhoets AJJM. Why we cry and how it affects mood. Psychosomatic Medicine 1997;59:92. 5. Rottenberg J, Wilhelm FH, Gross JJ, Gotlib IH. Vagal rebound during resolution of tearful crying among depressed and nondepressed individuals. Psychophysiology 2003;40:1-6. 6. Vingerhoets AJJM, Van den Berg MP, Kortekaas RTJ, Van Heck GL, Croon MA. Weeping: Associations with personality, coping and subjective health status. Personality and Individual Differences 1993;14:185-190. 7. Hendriks MCP, Becht MC, Vingerhoets AJJM, Van Heck GL. Crying and health. In: Fischer A, Frijda N, Manstead A, editors. Feelings and Emotions: The Amsterdam symposium. Symposium Abstracts. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam; 2001. p. 77. 8. Labott SM, Martin RB. The stress-moderating effects of weeping and humor. Journal of Human Stress 1987;13:159-164. 9. Znoj HJ. When remembering the lost spouse hurts too much: First results with a newly developed observer measure for tears and crying related coping behavior. In: Vingerhoets AJJM, Van Bussel FJJ, Boelhouwer AJW, editors. The (non)expression of emotions in health and disease. Tilburg: Tilburg University Press; 1997. p. 337-352. 10. Hendriks MCP, Vingerhoets AJJM, Croon MA. Social reactions to crying: Person perception, experienced emotions and action tendencies. submitted. ... altijd de handleiding lezen ... |
Categoriën
Wisselboekers
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wisselboeken
Boeken die je kan verkrijgen door een wissel zijn aangeduid met
.
Nieuwsbrief












